DE SCHALMEI

J.SLAUERHOFF

Vorig gedicht

Volgend gedicht

Zeven zonen had moeder:
Allen heettten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.

Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.

Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.

‘O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen.
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken.
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei’.



J.Slauerhoff


Uit: J. Slauerhoff. Alle gedichten. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar. 2005. (p. 229)

DE SCHALMEI

Website gemaakt door VP Design

Stichting Muurgedichten Nunspeet Niersenseweg 25 8076 PW Vierhouten Tel. 06 – 2504 2190