DE BOZBEZBOZZEL

C. BUDDINGH

Vorig gedicht

Volgend gedicht

De bozbezbozzel lijkt wat op

Een jenk, maar heeft een klein’re kop.


Zijn poten staan steeds twee aan twee

Als eenmaal bij het stekelree.


Hij hinnikt als een maliepaard,

En als het sneeuwt heeft hij een staart.


Wanneer die staart zijn kop zou zijn,

Was hij precies een spieringzwijn.


En als hij zeven staarten had,

Een kolossale kolbakrat.


Nu lijkt hij nog het meeste op

Een jenk, maar met een klein’re kop.


C. Buddingh’


Uit: Buddingh’ gebundeld; gedichten 1936-1985. Bezorgd door Wim Huijser.  Amsterdam,  Nijgh & Van Ditmar, 2010. (p. 76 en p. 231)

De Bozbezbozzel

Website gemaakt door VP Design

Stichting Muurgedichten Nunspeet Niersenseweg 25 8076 PW Vierhouten Tel. 06 – 2504 2190